‘Wat de klant wil, maken wij’

zegt Paul de Visser, assistant commissioning aftersales bij Oceanco.

 

Er ligt een jacht van zo’n 85 meter aan de kade bij Oceanco in Alblasserdam. Maar wie de klant is: een Russische oligarch, een Arabische oliesjeik, een Amerikaanse software-miljardair? Paul de Visser heeft geen idee. “We hebben alleen contact met de kapitein. De écht rijke mensen zijn niet bekend. Bij het grote publiek, bedoel ik.”

door: Arnoud Veilbrief

 

De Visser (29) werkt nu drie jaar bij megajachtbouwer Oceanco. Officieel is hij assistant commissioning aftersales, wat inhoudt dat hij verantwoordelijk is voor de technische oplevering van de jachten en voor reparaties in de garantieperiode. Natuurlijk voelt hij een zekere trots bij het zien van zo’n schip op de kade. Een jacht van 85 meter lang bouwen, dat is iets heel bijzonders. Maar van huis uit dol op schepen, zoals veel van zijn collega’s, is hij niet. “Ik vind het een prachtig product, maar het gaat mij om de techniek op zo’n schip. Het is een zelfstandige, varende leefomgeving, waar alles in zit: waterzuivering, stroomvoorziening, klimaatregeling, navigatieapparatuur, alles. Die complexiteit maakt het voor mij boeiend.” Lachend: “De eerste keer op een schip werd ik trouwens zeeziek.”

 

Vorig jaar werkte hij zes maanden op een werf bij Marseille, waarmee Oceanco goede relaties heeft. Dat klinkt spannender dan het is, zegt hij. “Het heeft maanden alleen maar geregend.” Aan de Middellandse Zee komt hij liever ’s zomers. “Bij de Formule 1 van Monaco lagen vorige zomer drie Oceanco’s op een rij. Dat gaf wel een kick. Die Fransen keken op, kwamen die uit Nederland?”

Met de handen
Niet slecht voor een jongen die ooit begon op de lts van Zaltbommel. Van jongs af aan wist De Visser dat hij iets met zijn handen wilde. Maar hij wist ook dat zijn ambities verder reikten dan waar een lts-diploma hem kon brengen. Hij koos voor werktuigbouwkunde aan de mts in Den Bosch en vervolgens aan de hts in die stad. Maar het leren kwam hem niet aanwaaien. Herfst- en zomervakanties gingen meer dan eens verloren aan studeren voor tentamens. “Ik wilde het heel graag, daarom was het me het allemaal waard. Soms kom ik iemand van vroeger tegen die al tien jaar in een drukkerij werkt. Dan ben ik blij dat ik daar niet zit.”

 

Zijn eigen begin bij Oceanco is een bijzonder verhaal. Net afgestudeerd aan de hts werd hij door een wervings- en selectiebureau gevraagd te solliciteren. Na een aantal, nogal geheimzinnige, sollicitatieronden had hij de moed min of meer opgegeven dat hij de baan zou krijgen. “Het duurde allemaal wel erg lang. Ze wilden zo veel weten. Maar toen kreeg ik het bericht dat ik het geworden was.”

 

De Visser kreeg een traineeship aangeboden. In een jaar zou hij alle facetten van het bedrijf leren kennen: productie, projectmanagement, inkoop. Zo zou hij goed thuis raken in de werf. Maar het liep anders. “Ik zat twee maanden op engineering toen de MY Amevi 701 moest worden afgeleverd. Ze hadden hard iemand nodig die kon helpen met het technisch in bedrijf stellen van het jacht.” Het traineeship kon de prullenmand in.

 

De Visser werd in het diepe gegooid. “Ik kende alleen de theoretische hts-stof. En daar stond ik dan in dat peperdure schip, met al die systemen. Met de bouwtekeningen vogelde ik uit hoe ze werkten. Dat was aanpoten. Vreemd ook om als jong broekie een chief engineer, die al twintig jaar ervaring heeft, te vertellen hoe het allemaal in elkaar zit.”

 

Het traineeship heeft nooit meer een vervolg gekregen. Maar inmiddels zou hij best weer eens naar een andere afdeling willen. “Projectmanagement is uiteindelijk mijn doel. Daar komt alles samen en ben je eindverantwoordelijk voor het complete schip.”

Lees verder onder de foto

Paul de Visser


Planners en opzichters
Hij staat op. “Zullen we de werf in gaan?” In de enorme hal staan twee jachten op stapel, allebei ruim twintig meter hoog. Er wordt volop aan gewerkt. De gangen zijn vaak nauw, overal is bedrijvigheid en ligt karton op de vloer. Een paar Polen zijn bezig met de brandstoftanks. De Visser praat met de mannen, gaat op de grond liggen en steekt zijn hoofd door het grote gat in de vloer waar een van de mannen staat. “Het is de brandstoftank”, zegt hij even later. “Die is niet helemaal schoon en het is erg lastig om het er weer uit te krijgen.”

 

Er is een leger arbeidskrachten aan de gang. De Oceanco-mensen bestaan eigenlijk alleen uit planners en opzichters, de uitvoerende krachten worden ingehuurd. Duitsers zijn goed in het bouwen van interieurs, de schilders zijn Grieks en de Polen doen van alles. “Een kleine kern maakt je bedrijf recessiebestendiger”, zegt De Visser. “Maar het heeft ook een nadeel: je bouwt een minder sterke band op met de mensen die je inhuurt. Als de opdrachten elkaar niet opvolgen, bestaat het risico dat je de volgende keer een compleet nieuwe ploeg krijgt. En het personeel van onderaannemers luistert alleen naar hun baas, vooral de Polen. Dan knikken ze braaf ja als je ze iets opdraagt, maar als het een tijd later niet gebeurd is, wijzen ze naar hun voorman. Als die geen opdracht heeft gegeven, gebeurt er niets.”

 

Even later in het kantoor: “De Polen zijn goede werkers, daar kan je niets van zeggen. Maar je krijgt niet altijd hoogte van ze. Ze spreken geen woord over de grens. Je leert met heel verschillende mensen omgaan in dit vak, dat wel. Soms moet je meebuigen, soms moet je voet bij stuk houden. Net als met klanten.”

 

Het werk vordert. Met de kerst moet dit schip afgeleverd zijn. De hutten voor het personeel zijn af, de wasmachines in de scheepswasserette zijn klaar voor gebruik, de gelambriseerde houten wanden zien er puntgaaf uit. Maar op het achterdek moet nog veel gebeuren. Er staat een begin van wat een jacuzzi moet worden, “een van de vijf”.

Steeds gekker
De Visser is inmiddels wel wat gewend, maar van de luxe die opdrachtgevers vragen, staat hij soms nog wel eens te kijken. “De wensen worden steeds gekker: een uitschuifbaar achterdek met een tennisbaan, een waterglijbaan, een jacht met verschillende pontons die op zee worden uitgezet en die als holes dienen voor een spelletje golf, het wordt allemaal gevraagd.” Sommige klanten bestellen er een tweede schip bij. Voor ‘de speeltjes’, zoals De Visser speedboten en dergelijke noemt. Een zwembad dat als helikopterdek dient, is inmiddels standaard.

 

“Je vraagt je soms af waar het ophoudt”, zegt De Visser. “Maar als de klant betaalt, maken wij het. Aan sommige wensen kunnen we technisch niet meer voldoen. Daar ligt de enige grens.”