Een klassiek voorbeeld: chemicus, ergens tussen de 35 en 40 jaar, is om het oneerbiedig te zeggen lekker aan het fröbelen in het lab. Geen vuiltje aan de lucht; hij kan zich uitleven in het vak, ontwijkt andere taken zo veel mogelijk en laat de toekomst op zijn beloop. Maar dan? Het bedrijf waar onze chemicus werkt vindt dat er genoeg is gefröbeld, het wordt tijd voor een keuze. Doorgaan in het lab of echt carrière maken en dus een managementbaan nemen. Wat te doen?
Dit is een karikaturale schets, maar staat niet los van de realiteit. Na de afronding van je scheikundestudie en vooral na een promotie is een researchbaan de geijkte ingang in het bedrijfsleven. Na een aantal jaren research, waarbij je vaak aan verschillende projecten en/of in verschillende rollen werkt, doemt de vraag op: ‘Verder ontwikkelen als specialist of de breedte in?’ Hoe pak je die keuze aan? Een trainer vertelt over zijn ervaringen met cursisten, de kaders op pagina 20 en 21 bieden ter inspiratie vier aansprekende loopbanen.
WAKKER
Bart Hamming (47) is programmamaker en adviseur bij De Baak, management centrum van VNO-NCW. De geschetste situatie herkent hij uit de praktijk. Hij treft regelmatig cursisten die voor de keuze ‘specialist of manager’ staan en de druk voelen om voor een managementpositie te kiezen. Zeker voor technici – en daarmee doelt Hamming op alle bèta’s – herbergt die druk risico’s. “Ik zie veel begeisterte technici die door hun organisatie richting management worden gestuurd en dan vastlopen. Ze zijn van hun passie, namelijk de inhoud en de techniek, afgeraakt.”
Dat de keuze opspeelt als mensen tweede helft dertig, begin veertig zijn is niet verwonderlijk, meent Hamming. “Twintigers zijn bezig om hun ego op te bouwen. De dertiger vraagt zich af wat hij met dat ego kan. Dit is een goed moment voor een eerste leidinggevende positie. Veertigers worden zich bewust van het levenseinde, ze zijn ‘op de helft’. In deze fase vragen mensen zich af wat ze doen en wat de betekenis daarvan is. De veertiger kijkt ook naar zichzelf. ‘Wat is het effect van mijn gedrag en bevalt mij dat?’ Dit is een fase waarin mensen wakker worden.” Wakkere mensen, zoals Hamming ze noemt, maken vaak als ze eind dertig zijn een pas op de plaats. “Ze vragen zich af of ze willen doorgaan in de huidige richting of een nieuwe richting willen inslaan.” Ze weten waar ze mee bezig zijn, zien wat er wel en niet goed gaat en durven daar consequenties aan te verbinden. Ze nemen het heft in eigen hand. “Hier is moed voor nodig, dat is niet iedereen gegeven.”
INSPIRATIE
Het is geen gemakkelijk proces, maar je kunt het voor jezelf wel structureren, aldus Hamming. “Stel jezelf de vraag waar je energie van krijgt, wat je inspireert. Daar moet je niet meteen een antwoord op willen kunnen geven, die vraag moet je uitwerken en dat kost tijd. Vervolgens kijk je welke van die inspiratiebronnen je terugvindt in je werk. Ten slotte kijk je of je aangesloten bent op die inspiratiebronnen.”
Hamming legt dat laatste uit aan de hand van een voorbeeld: “Iemand is geïnspireerd door het internationale karakter van zijn job. Als die persoon veel reist voor zijn werk komt dat element dus terug. Maar als dit enkel betekent ’s ochtends invliegen, met de taxi naar een zaaltje en ’s avonds terugvliegen, is hij niet aangesloten op wat hem in dat internationale inspireert.”
Andere tips van Hamming om het keuzeproces in goede banen te leiden: “Neem de tijd. Doe het niet alleen. En laat je inspireren door anderen.” Tot slot is het heel belangrijk om je af te vragen wat je leuk vindt. Het zou goed zijn als mensen zich dat afvragen. Iets ‘leuk’ vinden klinkt triviaal, maar dat is het niet, vindt Hamming. “Leuk is een chronisch onderschat woord, het is echt heel belangrijk dat te doen wat je leuk vindt. Wat je leuk vindt, is meestal datgene waar je van nature goed in bent. En andersom: waar je goed in bent, vind je meestal ook leuk om te doen.”
HART BIJ DE WETENSCHAP
Hubertus Irth (47), hoogleraar bioanalytische chemie, VU
In vogelvlucht
na promotie en postdoc werkzaam als universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden
1997: oprichting spin-off bedrijf Screentec
1999: benoeming als hoogleraar aan de VU
2001: Screentec wordt Kiadis, Irth bouwt betrokkenheid af en speelt sinds 2005 geen actieve rol meer bij het bedrijf
“Mijn belangrijkste drijfveer om een bedrijf te starten was de nieuwsgierigheid naar een nieuwe activiteit en de uitdaging om een nieuw pad te bewandelen. Er werden heel nieuwe eisen aan me gesteld. Ik moest leren praten in businesstermen.”
Toch koos Hubertus Irth uiteindelijk weer voor de wetenschap. “Het bedrijf ontwikkelde zich goed en kwam in een nieuwe fase, namelijk de ontwikkeling van farmaproducten, maar daar lag mijn expertise niet.” Als hoogleraar aan de VU lag zijn hart dichter bij de wetenschap, vooral bij de ontwikkeling van nieuwe technologieën. “In een bedrijf zit je enigszins in een keurslijf van commerciële parameters, dat beperkt je vrijheid. Bovendien kwam ik erachter dat ik als ondernemer niet op hetzelfde niveau kon presteren als ik als wetenschapper kon. Ik zou dus als ondernemer onder mijn niveau werken.”
Voordeel
Spijt heeft Irth zeker niet, de ervaring die hij als ondernemer heeft opgedaan komt hem ook als wetenschapper van pas. “Ik weet hoe processen gaan en hoe complex het is om van een technologie naar een commercieel product te gaan. In de samenwerking met bedrijven heb ik veel voordeel van mijn eigen ervaringen. Ik begrijp bedrijven nu veel beter en kan dit soort projecten daardoor beter sturen.” Hij sluit niet uit dat hij ooit nog eens een bedrijf start.
Tips
‘ER IS NOG GENOEG TE BEREIKEN’
René Lammers (42), vice president R&D Home and Personal Care Europe, Unilever.
In vogelvlucht
“80 procent van mijn werk bestaat het uit het motiveren van mensen. Ik reis continu langs mijn teams. Mensen meekrijgen en met z’n allen ervoor gaan, dat is het mooiste wat er is.” Hoe motiveer je mensen? “Door ze verantwoordelijkheid te geven, die heb ik ook direct gekregen. Ik heb risico’s genomen, maar dat moet ook als je vooruit wilt. Ik vind het belangrijk een atmosfeer te creëren waarin mensen risico’s durven te nemen.” Daarom is René Lammers altijd bereikbaar voor zijn teams. “Mensen moeten me kunnen bellen met acute, professionele vragen. Even vijf minuten iets kunnen bespreken is heel waardevol.”
Blijven leren
Lammers is zelf ambitieus en de snelle ontwikkeling van zijn carrière remt hem niet. “Integendeel, als je ziet wat je kunt, stimuleert dat enorm. Er is nog genoeg te bereiken. Zodra je stopt met leren in een baan is het tijd om rond te kijken naar een nieuwe uitdaging.” Hoe kijkt hij aan tegen mensen die zijn ambitieniveau niet delen?
“Carrière maken betekent niet alleen dat je naar de top wilt. Je kunt je ook heel goed horizontaal ontwikkelen, dat neem ik zeker serieus.”
Een keuze voor de wetenschap heeft hij destijds niet overwogen. “Ik wist dat ik als wetenschapper nooit het niveau zou bereiken dat ik binnen een bedrijf zou kunnen halen.” Een belangrijk kenmerk van de wetenschapper heeft hij wel moeten afleren.
“In de wetenschap neem je een beslissing op basis van zo volledig mogelijke informatie. Maar in het bedrijfsleven is het soms beter een knoop door te hakken, ook al is de informatie incompleet. Ik ben minder afwachtend geworden.”
Tips
‘HET WAS GEEN HORIZONTALE OVERSTAP’
Marjan Van der Werf-Pieters (46), project director contraception bij Organon.
In vogelvlucht
“Ik had lang in Development gewerkt aan verschillende anticonceptiemethoden en die ook tot registratie gebracht. Ik wilde graag bijdragen aan het goed in de markt zetten van deze producten en besloot daarom naar Marketing te gaan.” Daarvoor moest Marjan Van der Werf-Pieters wel concessies doen. “Het was geen horizontale overstap. Bij R&D rapporteerde ik direct aan de Director R&D, maar bij Marketing zaten er drie niveaus tussen mij en de Director Marketing & Operations. Voor ik bij de afdeling International Marketing kon beginnen, heb ik nog als artsenbezoeker gewerkt, voor veel mensen een startfunctie. Dat was wel even slikken, achteraf was de stap groter dan ik me van tevoren had gerealiseerd.”
Diepgang
Van der Werf-Pieters heeft geen dag spijt gehad van haar beslissing. “Ik houd niet van het vaste stramien. Mijn ontwikkeling is snel gegaan, ik heb nu een internationale marketingfunctie en ben verantwoordelijk voor het uitzetten van de internationale marketingstrategie in de Europese markten voor onze anticonceptiemethoden. Ik zit nu weer op een vergelijkbaar niveau als destijds binnen R&D.”
Mist ze de inhoud? “Nee, ik stuur nu projectteams bij Marketing en Development aan. Ik ben nog steeds een goede gesprekspartner voor Development. Ik zie het vooral als een verbreding.” Bovendien is er de inhoudelijke kant van het marketingvak. “De diepgang heeft me verrast, er zit veel meer bij dan ik op het eerste gezicht dacht. Je gaat ook hier planmatig en bijna wetenschappelijk te werk.”
TIPS
LEREN LOSLATEN
Joost Holthuis (53), oprichter en chief executive officer OctoPlus.
In vogelvlucht
De kans om bij EuroCetus aan de slag te gaan kwam voor Joost Holthuis op het juiste moment. “De universiteit vond ik te stroperig, ik wilde iets tastbaars doen. Deze baan was een mooie combinatie van wel met de inhoud bezig zijn en ook zaken organiseren, iets opbouwen.” Met de overname door Chiron veranderde de sfeer en Holthuis besloot verder te kijken. Het ondernemerschap had hij al eerder geprobeerd en nu zag hij een goede kans in de markt. “Veel biotechbedrijven hadden een molecuul, maar van het ontwikkelen van een farmaceutisch product hadden ze totaal geen kaas gegeten.” En een product ontwikkelen was precies wat Holthuis aantrok. “Iets maken waar uiteindelijk een doosje omheen kan, dat is het mooiste wat er is.”
Controlfreaks
In 1995 was OctoPlus een feit. Het bedrijf is van een kleine club uitgegroeid tot een van de toonaangevende Nederlandse biotechbedrijven, beursgenoteerd en met ongeveer 160 mensen in dienst. Holthuis is als manager meegegroeid met het bedrijf. Leren loslaten ziet hij als het belangrijkste dat hij heeft moeten leren. “In het begin doe je alles zelf, maar gaandeweg komen er taken bij en wordt het te veel. Dan stoot je stapsgewijs dingen af.” De keuze voor de algemene leiding was bewust. “Ik heb graag de touwtjes in handen. Dat past ook wel, wetenschappers zijn controlfreaks.” Maar zijn drijfveer blijft productontwikkeling. “Ik werk ook actief mee aan de ontwikkeling van productideeën. De interesse voor de inhoud is er nog steeds.”
Tips
Bron: C2W23 Midcareerspecial
Auteur: Esther Thole