Dat de huizenprijzen de afgelopen jaren hard stegen, werd altijd verklaard door te wijzen het tekort aan woningen in Nederland. Schaarste drijft immers de prijs op. Er is ook een tekort aan ingenieurs in Nederland. Toch rezen de ingenieurssalarissen de laatste jaren niet de pan uit. Als de wet van vraag en aanbod volledig werkte, dan waren ingenieurs de bestbetaalde werknemers geworden. Het Centraal Plan Bureau haalde zich in 2006 de woede op de hals van het platform Bèta Techniek door de redenering om te draaien. Het stelde dat er is geen tekort aan technici is, omdat hun salarissen niet hoger zijn dan die van andere hoger opgeleiden. Dat die redenering niet klopt, is inmiddels duidelijk. Vorig jaar deed Technisch Weekblad een steekproef onder ruim honderd bedrijven, waaruit bleek dat één op de zes arbeidsplaatsen voor ingenieurs niet bezet is.
Gerard Van Dijk, directeur van NEM, waar ingenieurs onder andere stoomgeneratoren voor elektriciteitscentrales ontwerpen, heeft wel een verklaring voor de onderwaardering van de ingenieur: ‘Laten we eerlijk zijn. Het is ook onze eigen schuld,’ zegt de werktuigbouwkundig ingenieur. ‘Ingenieurs zijn niet de meest extraverte personen’, vervolgt hij. ‘Ze doen ingewikkelde dingen, die voor mensen die er niet voor gestudeerd hebben, niet te volgen zijn. Ze zijn niet de beste communicators. Ken je die reclame waarin een vader zegt: “Waarom zou ik je met mijn dochter laten trouwen? Je bent geen arts, je bent geen advocaat, je bent zelfs geen ingenieur.” Dat zegt alles over de beeldvorming.’
Cijfers van Researchcentrum voor Arbeidsmarkt en Onderwijs (ROA), onderdeel van de Universiteit van Maastricht, laten een stijging van ingenieurssalarissen zien (zie kader). In de periode van 2004 tot 2007 stegen de gemiddelde startsalarissen van ruim 2.300 euro naar bijna 2.700 euro per maand, een stijging van vijftien procent. ROA heeft nog geen recentere cijfers. De gemiddelde startende econoom vergrootte in diezelfde periode zijn voorsprong door achttien procent meer te gaan verdienen. Het marktmechanisme lijkt volgens deze cijfers te werken, alleen niet volledig. Hoewel afgestudeerde economen en medici minder schaars zijn dan afgestudeerde ingenieurs, verdienen ze gemiddeld meer.
Het relatief lage loon van bèta’s is op een aantal manieren te verklaren, vertelt onderzoeker Frank Cörvers van ROA. De toevloed van buitenlandse ingenieurs heeft een drukkend effect op de loonvorming. Ten tweede zijn bèta’s minder gevoelig voor loon. Ze vinden de inhoud van het werk belangrijker. Ook noemt hij het minder beheersen van managementvaardigheden, iets wat juist hoog beloond wordt in de arbeidsmarkt. Ten slotte zijn veel bètaopleidingen volgens Cörvers de laatste jaren zo breed geworden dat werkgevers hun net-aangenomen ingenieurs zelf moeten trainen. Dit leidt tot hogere opleidingskosten, wat in een neerwaartse loondruk resulteert.
Er zijn nog een paar andere oorzaken aan te wijzen: neem bijvoorbeeld het grensverkeer tussen ingenieursberoepen en andere beroepen. Dat is eenrichtingsverkeer. Een ingenieur of bèta kan bijvoorbeeld private banker worden, mits hij enige sociale vaardigheden heeft. Een economisch geschoolde private banker moet eerst vijf jaar techniek gaan studeren, voor hij op een ingenieursfunctie kan solliciteren. Daarom zie je nooit een econoom een chemische fabriek ontwerpen. Het heeft dus voor banken wel zin om de salarissen op te schroeven en zo mensen uit ander sectoren te lokken, terwijl dat voor ingenieursbureaus weinig zin heeft.
Ingenieurs zelf kunnen er ook wat aan doen door zichzelf beter te verkopen en zich harder op te stellen bij salarisonderhandelingen. Voor een projectleider bijvoorbeeld, die halverwege de bouw van een fabriek zijn baan dreigt op te zeggen, heeft een werkgever immers echt wel een salarisverhoging over. Alleen spelen veel ingenieurs die kaart niet, omdat ze het hun eer te na vinden om het project te verlaten voordat de fabriek is voltooid. Een echte ingenieur vindt iets maken en afmaken belangrijker dan geld verdienen. Een echte bankier vindt geld verdienen belangrijker. Hij zal iets makkelijker naar een andere bank gaan als hij daar meer kan verdienen, met medeneming van klanten. Hij heeft daardoor een sterkere onderhandelingspositie.
Vervolgens zouden bedrijven zich moeten afvragen hoe ze ingenieurs in hun vak houden. Het eindsalaris van ingenieurs, volgens eerdergenoemde steekproef van Technisch Weekblad maximaal 5.500 euro per maand, zou omhoog moeten. Het taboe in veel bedrijven dat een medewerker niet meer mag verdienen dan zijn manager, zal hiervoor moeten worden opgeheven.
Bedrijven die veel technici in dienst hebben, proberen iets te doen aan de lage financiële waardering van de ingenieur. Van Dijk, die NEM sinds september 2006 leidt, is van plan iets aan de financiële waardering van ingenieurs te doen. ‘De waardering voor ingenieurs staat boven aan mijn prioriteitenlijst. Je ziet dat goede ingenieurs, die niets liever doen dan ingewikkelde dingen uitrekenen, ontwikkelen en ontwerpen, op een gegeven moment zeggen: ik kom financieel niet verder, ik moet manager worden. Het probleem is vaak dat je dan van een goede lasser een slechte lassersbaas maakt. Daar willen we vanaf. Ingenieurs en managers moeten bij ons dezelfde status en salariëring krijgen. Er zijn bij ons managers die minder verdienen dan de specialisten waaraan ze leiding geven.’
Ook Sylvo Thijsen, ceo van ingenieursbureau Grontmij, is vastbesloten iets aan de waardering van ingenieurs te doen. Hij zal dan eerst de uurtarieven op ingenieursdiensten omhoog moeten zien te krijgen. Er is wat de marges betreft nog een wereld te winnen, denkt Thijsen. Hij wil dat zijn opdrachtgevers een order niet meer vanuit de kosten van de adviseurs bekijken, maar, om een voorbeeld te noemen, vanuit de kostenbesparingen in het onderhoud van een gebouw gedurende een levenscyclus van een halve eeuw. ‘Ze moeten naar onze diensten kijken vanuit een waardeperspectief in plaats vanuit een kostenperspectief’, zegt hij.
Ingenieurs worden een factor twee à drie minder gewaardeerd dan andere specialisten, zegt Thijsen. ‘Het gemiddelde uurtarief van Grontmij-ingenieurs is tachtig euro. Voor de accountants die ons jaarverslag maken, betalen we tweehonderd tot driehonderd euro per uur’, zegt Thijsen. ‘Voor de juniors’, voegt hij er aan toe. Thijsen vreest echter dat de tarieven door de crisis juist onder druk komen te staan. ‘Ook ingenieurs kunnen soms niet zulke slimme dingen doen, zoals het verlagen van de prijs. Het kan de markt uithollen.’ Hij vreest concurrenten die in het buitenland opdrachtgevers verliezen en die ijdele uren tegen kostprijs aanbieden in Nederland. ‘Niet zo slim, er is nog steeds een tekort aan specialisten.’
Auteur: Mark van Baal
Bron: Technisch Weekblad nr. 18/19, 9 mei 2009