Ontwortelen over de grens

Om betere werknemers af te leveren, heeft de Windesheim School of Engineering and Design een speerpunt gemaakt van internationalisering.

Een leaseauto, een chique appartement met schoonmaakster en een forse stagevergoeding. Studenten die bij baggeraar Van Oord in Dubai stage gaan lopen, ontbreekt het aan niets. ‘De stage is ook technisch-inhoudelijk erg goed, iets wat niet in alle landen het geval is’, zegt docent werktuigbouwkunde Freek Noordhuis. Hij is net terug van een vijfdaags stagebezoek aan de Verenigde Arabische Emiraten. ‘Voor mij was het geen snoepreisje, met twee reisdagen ben ik maar drie dagen daadwerkelijk in Dubai geweest. Maar het was wel een leuke ervaring, studenten waarderen het bovendien wanneer je hen als stagebegeleider in het buitenland komt opzoeken.’ Noordhuis bezocht al eerder stagiaires in China en Polen en is één van de tien Windesheim-docenten die jaarlijks langsgaan bij studenten die buiten Nederland stage lopen. ‘Het is goed voor de motivatie van studenten en de bedrijven vinden het leuk. Bovendien kan ik er daarna over vertellen aan andere studenten, zodat er meer enthousiast raken om een tijdje naar het buitenland te gaan.’

 

Noordhuis vindt het ook voor de persoonlijke ontwikkeling van techniekstudenten belangrijk dat ze tijdens hun opleiding een tijd over de grens wonen en werken. ‘Veel jongens die aan Windesheim studeren, komen uit de regio rond Zwolle. Ze zijn vaak beschermd opgevoed en blijven tijdens hun studie bij papa en mama wonen. Zes maanden in een andere cultuur doet veel voor hun algemene ontwikkeling. Het maakt ze volwassen en wereldwijs.’

 

Een tijdje naar het buitenland is het populairst bij studenten technische bedrijfskunde: gemiddeld vertrekt jaarlijks 45 procent van hen naar landen als Amerika, China, Hong Kong, Indonesië, Ecuador of Zuid-Afrika. Binnen Europa zijn Scandinavië, Frankrijk en Duitsland populaire studie- en stageplekken.

 

Studenten elektrotechniek zijn een stuk minder geneigd Nederland te verlaten, slechts vijftien procent doet dit. Bij het Bureau Internationalisering doen ze erg hun best om ook deze studenten te motiveren om een half jaar een andere cultuur te leren kennen. ‘Internationalisatie is voor ons een speerpunt. We leven in een multiculturele samenleving en bedrijven zijn steeds internationaler georiënteerd. Als studenten een half jaar in het buitenland zijn geweest, raken ze ontworteld. Ze leren functioneren in een andere cultuur, staan meer open voor nieuwe indrukken, zijn veel zelfstandiger en doen extra talenkennis op. Die ervaring maakt van hen betere, completere werknemers’, zegt Paul Touw coördinator internationalisering van de School of Engineering and Design.

 

Zo leerde vierdejaars student technische bedrijfskunde Jeroen Neijmeijer (21) voor zijn stage in Curaçao de lokale taal Papiamento. ‘Ik wilde me verdiepen in de cultuur van de Antillen. Mensen daar waarderen het als je wat woorden in hun eigen taal spreekt.’

 

Neijmeijer stelde tijdens zijn stage een hygiëneplan op voor een industriële wasserij. ‘Het stof in de fabriek is onder andere een gevaar voor de brandveiligheid.’ Zijn tijd in Willemstad is vooral belangrijk geweest voor zijn persoonlijke ontwikkeling. ‘Inhoudelijk was het wat minder spectaculair. Ik heb vooral veel geleerd van het werken in een andere cultuur. Ver van huis je helemaal alleen redden, een netwerk opbouwen.’ Door zijn buitenlandervaring zal Neijmeijer waarschijnlijk na zijn afstuderen solliciteren bij een internationaal georiënteerd bedrijf. ‘Ik heb laten zien dat ik verder kijk dan Nederland en me kan redden in een andere cultuur. Het lijkt me leuk om nog eens zoiets mee te maken.’

 

Auteur: Miloe van Beek

Bron: Technisch Weekblad

vrijdag 15 december 2006