‘Wij werken hier allemaal voor de aandeelhouders.’ Een uitspraak enkele jaren geleden van Jan Hommen, destijds chief financial officer van Philips maar inmiddels al enkele jaren gepensioneerd. Dat is mooi voor de aandeelhouders, maar is het ook leuk voor werknemers? De meeste werknemers hebben niet zoveel met aandeelhouders, ze zijn meer georiënteerd op klanten.
Zijn beursgenoteerde bedrijven wel zulke ideale werkgevers voor ingenieurs? Het management is louter financieel gedreven. Er is – daarom – weinig waardering voor technisch vakmanschap. Aan de basis wordt voortdurend bezuinigd, terwijl de heren aan de top elkaar gigabonussen toekennen.
Maar daar staat ook het nodige tegenover: goede beloning, uitstekende carrièremogelijkheden, internationale scope, prima opleidingsfaciliteiten, dynamiek, status. ‘Het geeft meer aanzien als je kunt zeggen dat je bij Mercedes werkt dan bij Lada’, zegt dr. Pim Paffen, director personal development and leadership bij TSM Business School in Enschede. Hij is gepromoveerd op onderzoek naar loopbanen van ingenieurs in algemeen management.
SALARIS EN AUTO
‘Bij de keuze van hun (eerste) werkgever letten ingenieurs vooral op salaris en lease-auto. Dat zouden ze minder moeten doen’, zegt ing. Rob Gremmee. Hij is directeur van de stichting Post-Academisch Onderwijs (PAO) in Delft en voorzitter van de Raad Loopbaan en Dienstverlening van KiviNiria.
Ze moeten meer uitgaan van hun eigen waarden – dat wat je wilt – en de waarden van de organisatie die ze op het oog hebben. Als de eigen waarden, en ook de eigen competenties (dat wat je kunt), perfect overeenkomen met de waarden en competenties van de organisatie waar je gaat werken, dan heb je de ideale baan.
De meeste ingenieurs in spe kennen echter hun waarden onvoldoende. Bij hen is nog niet volledig uitgekristalliseerd hoe ze zich persoonlijk willen ontwikkelen, of ze wel of niet invloed willen op mensen en processen, of ze zelfstandig willen werken, welke mate van deskundigheid ze willen ontwikkelen, welke status ze willen bereiken, hoeveel competitie en strijd ze willen aangaan, hoeveel verantwoordelijkheid ze willen dragen en de mate van afwisseling die ze in hun werk willen.
Daarnaast betreden ze de arbeidsmarkt met weinig kennis van specifieke bedrijven en organisaties. Gevoelsmatig hebben ze waarschijnlijk een idee of ze bij de waarden van een onderneming passen, maar vaak is dat gebaseerd op het beeld dat die bedrijven of instellingen via hun pr-afdeling uitdragen. Een praatje met iemand die er al langer werkt, kan dat beeld behoorlijk nuanceren.
En tenslotte: de keuzevrijheid die men hierin heeft – de mate waarin de eigen waarden overeenkomen met die van de organisatie waar men wil werken – is sterk afhankelijk van de arbeidsmarkt. Nu kan elke afstudeerder kiezen uit drie banen, enkele jaren terug was dat een illusie. De werkgelegenheid voor ingenieurs in de commerciële sector is aan de economische conjunctuur onderhevig. ASML vraagt nu honderden ingenieurs, een paar jaar terug werden ze bij bosjes ontslagen.
ALLES UIT DE KAST
Wat zijn dan wel die waarden van beursgenoteerde bedrijven, zoals Philips, ASML, Shell, Unilever, Akzo Nobel en DSM? Resultaatgerichtheid is een in het oog springende waarde. Rob Gremmee geeft daar hoog van op. Hij kent de Franse beursgenoteerde multinational Saint-Gobain, waarvoor hij in het verleden bij de Nederlandse dochter Isover (producent van isolatiematerialen) heeft gewerkt, van binnenuit. ‘Een verkooporganisatie met veel kennis van de markt. Strakke leiding, goed georganiseerd. Lange termijnplanning met elke maand rapportages. Als de omzet achterbleef bij de plannen werd er meteen bijgestuurd. Dan werd alles uit de kast gehaald, want de machines in de fabriek moesten volledig bezet zijn.’
Maar hij signaleert ook dat techniek ondergeschikt is aan het resultaat, het is slechts een hulpmiddel om financiële doelen te bereiken. ‘Er zijn redelijke carrièremogelijkheden, er zijn mogelijkheden om te switchen tussen bedrijfsonderdelen. Je hebt bevoegdheden, maar de hiërarchie wint altijd.’
Civiel ingenieur Gremmee (HTS Alkmaar, afgestudeerd in 1978) kan het beursgenoteerde bedrijf vergelijken met andere typen organisaties. Hij begon zijn loopbaan bij een klein ingenieursbureau, met een directeur/eigenaar. Om zijn horizon te verbreden ging hij naar Saint-Gabain/Isover. Nu werkt hij bij de Stichting PAO, een kleine non-profit organisatie die jaarlijks zeventig cursussen op het gebied van civiele techniek organiseert en daarmee tweeduizend cursisten trekt.
Ir. René Schutte is purchase manager energie (gas, elektriciteit, stikstof) bij Gasunie, en tevens plaatsvervangend hoofd inkoop bij dit staatsbedrijf. Hij kan ook de vergelijking maken met andere typen organisaties. Eerder werkte hij ook als inkoper bij aardoliemaatschappij NAM (deels eigendom van Shell), en als global category manager voor Shell als geheel, een inkoopfunctie op een specifiek gebied waarin jaarlijks 600 miljoen tot 1 miljard euro omgaat. Werktuigbouwkundige Schutte begon zijn loopbaan na zijn afstuderen in 1994 aan de Universiteit Twente bij de niet-beursgenoteerde Machinefabriek Thomassen in Rhenen, waar hij na een stage kon blijven.
Schutte bevestigt de belangrijkste waarde van beursgenoteerde ondernemingen die Gremmee ook noemt: de focus op resultaten, wat hij als positief ervaart. ‘Er is niet alleen focus op financiën, maar op alles wat je doet. Je maakt een plan om iets te bereiken en vervolgens bereik je dat ook. Het realiseren van targets heeft een hoge prioriteit, daarvoor worden alle beschikbare middelen ingezet’. Maar hij signaleert ook de grote afstand tot de belangrijke beslissingen die aan de top worden genomen.
BREDERE WAARDEN
Gebrek aan respect voor technisch vakmanschap heeft Schutte nooit ervaren. Shell heeft na het schandaal over verkeerd ingeschatte olie- en gasreserves het belang van techniek weer in ere hersteld. Het biedt ingenieurs de kans om niet alleen als manager maar ook als specialist carrière te maken. Er zijn ‘chief engineers’ benoemd, hoog geschoolde en ervaren specialisten in onder andere oliewinning en katalyse, die geen managementtaken hebben. Pim Paffen van TSM Business School: ‘Door dergelijke signalen communiceren bedrijven naar medewerkers ook wat echt van belang is’.
Beursgenoteerde bedrijven zijn gefocust op resultaat, in de eerste plaats het financiële resultaat. Daarvoor worden alle beschikbare middelen ingezet. En beursgenoteerde ondernemingen, allemaal grote bedrijven die veel aandacht trekken, beschikken over grote resources.
Maar Paffen vraagt zich af in hoeverre ingenieurs nog bereid zijn louter voor het financiële resultaat te gaan. Deze bedrijven zullen er natuurlijk op wijzen dat ze ook andere waarden nastreven en bijvoorbeeld het Concertgebouworkest en het Wereld Natuurfonds ondersteunen, of een project in de Derde Wereld helpen realiseren, dat ze zuinig met energie omgaan en hun milieu-overlast tot een minimum beperken. Maar dit heeft deels de aard van public relations, of komt voort uit financiële doelstellingen.
Paffen: ‘Mensen hechten steeds meer belang aan ook andere waarden. Hoe gaan we om met de samenleving, hoe met energie? Men wil iets waardevols achterlaten voor de maatschappij. Het belang van duurzaamheid neemt toe. Beursgenoteerde bedrijven zullen dit meer in hun kernwaarden moeten opnemen.
Ingenieurscoach en Loopbaandag
Ingenieurs die worstelen met vragen betreffende hun loopbaan en behoefte hebben aan reflectie en advies kunnen terecht bij de ‘Loopbaancoach’ van KiviNiria. Deze coach is onafhankelijk en adviseert vanuit zijn/haar managementervaring opgedaan in de ingenieurswereld. Deze dienst is alleen beschikbaar voor leden van KiviNiria.
Ingenieursvereniging KiviNiria organiseerde op 4 mei 2007 een ‘Loopbaandag’. Voor wie aan het begin staat van zijn loopbaan, een nieuwe stap wil maken of zijn positie bij de huidige werkgever wil verbeteren waren er die dag lezingen, workshops en een informatiemarkt. De hele dag waren vier loopbaancoaches aanwezig in het KiviNiria-gebouw in Den Haag.
Meer informatie over Ingenieurscoach en Loopbaandag op www.kiviniria.nl.
Auteur: Henk Tolsma