Jac. G. (Koos) van Oord, die tot november 2008 vijftien jaar aan het hoofd stond van baggerbedrijf Van Oord (hij is nu commissaris), gaf een overzicht van de woelige afgelopen decennia waarin zijn bedrijf uitgroeide tot een van de vier wereldspelers in die sector met een omzet in 2008 van 1,9 miljard euro. En toch al die tijd een familiebedrijf is gebleven.
‘Wij wilden klein blijven, maar dat is niet gelukt’, zo begon hij zijn verhaal met een knipoog. ‘Ons doel was niet per se om groot te worden, maar wij wilden wel het spel in deze business blijven meespelen. Ik kende in mijn begintijd al onze medewerkers. En het ging me aan het hart toen we zo hard uitbreidden dat dat niet meer bij te houden was.’
De geschiedenis van het baggerbedrijf begon in 1868, toen overgrootvader Govert van Oord in Werkendam een handel begon in rijshout en riet, en daarvan matrassen ging maken voor de waterbouw. De Deltawerken brachten een grote vooruitgang in technologie en omzet, en het bedrijf begon in de jaren zestig van afgelopen eeuw voorzichtig met het zoeken naar buitenlandse partners. ‘Dat bleek een sleutel voor later succes. Wij zijn, mag ik wel zeggen, vaardig in het opbouwen van goede werkrelaties. Dat geven wij veel aandacht. Daarbij is ons motto: als je niet kunt delen, kun je ook niet vermenigvuldigen’, aldus Van Oord.
De jaren zeventig waren voor het bedrijf de tijd om de vleugels mondiaal uit te slaan, gevolgd door een periode van consolidatie in de jaren tachtig. In de jaren negentig volgde nieuwe uitbreiding, onder meer door de deelneming in de uitbreiding van het vliegveld van Hong Kong, Chek Lap Kok, waarvoor een heel eiland werd opgespoten. Het einde van het decennium stond in het teken van ‘de baggeroorlog’ door omstreden fusies van Nederlandse baggerbedrijven.
En al die tijd bepaalde men in het familieberaad welke stappen genomen moesten worden. ‘Wij zijn een familiebedrijf en dat willen we zo houden. Dus wij willen bij fusies de meerderheid blijven houden. Waarom? Omdat een onderneming leiding nodig heeft! Die geven we niet uit handen. Daarom hebben wij ook niks met beursnoteringen. Wij houden het in eigen hand’, zo beklemtoonde Van Oord.
‘En waarom overleven we? Door passie voor ons vak, doordat we dag en nacht aan het werk zijn en doordat we openstaan voor nieuwe techniek, zonder daarmee voor de troepen uit te willen lopen. We hebben een visie en die is leidend voor onze investeringsbeslissingen. Wij hebben vorig jaar een nieuwe cutterzuiger besteld bij IHC die tweehonderd miljoen euro gaat kosten. Als die wordt opgeleverd in 2011, kan de markt weer drastisch veranderd zijn. Maar wij gelóven in wat we doen. Wij gaan niet voor de quick win’, aldus Van Oord.
Service zonder sores
Van een heel andere schaal is het bedrijf van Anco Noordhuis. Waar Van Oord 4.500 mensen over de hele wereld aan het werk heeft, telt zijn las-metaalbedrijf twintig vaste krachten. Hij vindt het moeilijk in deze crisis zijn onderneming – Rolas – overeind te houden. Rolas legt zich toe op slijtvast laswerk. ‘Ik verdien misschien meer als iets snel verslijt en vervangen moet worden, maar wij willen kwaliteit leveren aan de klant’, stelt Noordhuis. Voor zijn personeel hanteert hij de veiligheidsregel: iedereen net zo heel naar huis als hij of zij gekomen is. Ze krijgen het goede gereedschap voor het werk en trainingen om er mee om te gaan. En voor de klant geldt het motto ‘service zonder sores’. Verder is goed ondernemerschap de enige remedie om de crisis te overwinnen. ‘Er is geen zekerheid dat we het redden, maar mochten we failliet gaan, dan weet ik dat alles gedaan heb om dat te voorkomen’, aldus Noordhuis.
De twee technostarters die zich presenteerden, Roy Campe van Actiflow en Jan van der Tempel van de Ampelmann, zijn al eerder in dit blad aan bod geweest.
Auteur: Benno Boeters
Bron: Technisch Weekblad nr. 39, 26 september 2009