Vrouwelijke ingenieur verdient minder

Mannelijke ingenieurs verdienen niet alleen een stuk beter dan hun vrouwelijke collega’s, ze rijden ook in een duurdere lease-auto en krijgen een hogere onkostenvergoeding.

Hoog opgeleide mannelijke ingenieurs hadden in 2005 ruim 7500 euro meer op hun loonstrookje staan dan hun vrouwelijke collega’s, zo blijkt uit het Beloningsonderzoek 2006 van De Breed & Partners. Gemiddeld verdienen vrouwen met twee tot zes jaar werkervaring in de technische sector ruim 38.000 euro bruto per jaar, terwijl mannen meer dan 46.000 euro ontvangen. Volgens onderzoekster Judith van Bokhorst begint dit onderscheid in salaris al bij de start van de ingenieurscarrière. ‘Bij starters is het verschil vierduizend euro, een mannelijke hoger opgeleide ingenieur begint met 37.000, een vrouw met gemiddeld 33.000 euro. Hoe meer jaren werkervaring, des te groter de beloningsverschillen. Overigens zien we wel dat vrouwen het steeds beter gaan doen.’

 

Vooral bij de starters lijkt een verschuiving aanstaande: vergeleken met 2004 zijn mannen tussen de 20 en 24 jaar er vorig jaar flink op achteruit gegaan, terwijl vrouwen van die leeftijd maar liefst 41 procent meer zijn gaan verdienen. Ook vrouwen tussen de 45 en 49 jaar kregen in 2005 een hogere beloning dan in 2004.

 

Ook in de variabele beloning hebben mannen het nog steeds een stuk beter voor elkaar. Zo rijdt slechts twaalf procent van de vrouwen in lease-auto, tegen 25 procent van de mannen die ook nog eens in een duurdere wagen rijden. Ook hebben meer mannen een betere onkosten- en overwerkvergoeding en zijn ze vaker in het bezit van een mobiele telefoon en laptop van de zaak.

Het sekseverschil in vaste en variabele beloning kan gedeeltelijk worden verklaard door de functie. ‘Mannelijke ingenieurs hebben veel eerder een leidinggevende functie, meer dan de helft al na twee jaar werkervaring. Bij vrouwen geeft slechts iets meer dan een derde na twee jaar leiding’, aldus onderzoekster Van Bokhorst. Het feit dat veel vrouwen na enkele jaren werkervaring parttime gaan werken, is volgens haar een andere verklaring. ‘Parttime werken verkleint de carrièrekansen.’ Van de ondervraagde mannelijke ingenieurs werkt iets minder dan vier procent parttime (32 uur of minder). Bij de vrouwen is dat ruim dertig procent.

 

Tot slot onderhandelen vrouwen veel minder vaak over salaris en arbeidsvoorwaarden. Volgens juridisch adviseur Christian Heringa van branchevereniging KiviNiria bellen er vrijwel nooit vrouwen naar de advieslijn. ‘Wij krijgen dagelijks zo’n tien telefoontjes van leden die informatie willen over salarissen, arbeidsvoorwaarden en contracten. Dit zijn vrijwel allemaal mannen, ik denk dat er per jaar nog geen vijf vrouwen contact opnemen.’

Ook in andere branches zorgen parttime werken en onzekerheid bij het onderhandelen voor beloningsverschillen, maar volgens Judith van Bokhorst is het onderscheid in de door mannen gedomineerde technische sector het grootst. ‘In meer vrouwelijke beroepen zoals marketing, communicatie en p&o is het verschil tussen man en vrouw veel kleiner.’

 

Opvallend is dat de vrouwelijke ingenieurs die hebben meegedaan aan het onderzoek van De Breed, veel vaker hoger opgeleid zijn. Meestal hebben zij een universitaire opleiding afgerond en gaan ze werken bij een r&d-lab of universiteit, terwijl mannen met een paar jaar werkervaring vooral actief zijn als technisch projectleider. De mogelijkheden om parttime te gaan werken en de aanwezigheid van kinderopvang zal bij veel vrouwen hun keuze voor een baan en een sector bepalen.

 

Auteur: Miloe van Beek

Bron: Technisch Weekblad

vrijdag 10 november 2006